Hell
is dochter van Loki en zij heerst over Helheim maar dit is niet hetzelfde als de christelijke hel alwaar het een puur marteloord is. Hel is in de Noordse mythologie een rijk voor wie stierf aan ouderdom, ziekte en dus de gewone natuurlijke dood.
Haar uiterlijk is vaak half levend, half dood. Dat drukt uit dat de Dood niet monsterlijk, maar onafwendbaar is. Dit is belangrijk omdat ze de realiteit vertegenwoordigd dat niet iedereen heldhaftig sneuvelt.
De meeste mensen sterven gewoon.
Hel (ook wel Hella, Helle, Hell, Hela of Hellia) is in de Noordse mythologie de godin van de onderwereld, Helheim en Niflheim.
Ze is een dochter van Loki en Angrboda en de zuster van Fenrir en Jormungand.
Odin wierp Hel naar de onderwereld en gaf haar gezag over degenen die een natuurlijke dood zijn gestorven en/of van ouderdom. Zij heeft een lichaam dat half zwart is en half met vlees bedekt is. Haar woningsplaats is de Eliudnir-zaal, haar bedienden zijn Ganglati en Ganglot.
In de Edda wordt Hel beschreven als de waarzegster die de dood van Baldr aan Wodan voorspelt.[1] Ook voorspelt ze de geboorte van een zoon van Wodan, die de dood van Baldr wreken zal. Wodan beledigt Hel en zij zal tot aan de ondergang der goden, door de losgebroken Loki, nooit weer een man tot haar laten komen.
Hermod ging op Odins achtbenige paard Sleipnir naar de burcht van Hel om zijn broer Baldr en zijn vrouw Nanna van de dood te bevrijden.